Je lost het probleem op. En creëert het tegelijk

leiderschapsdossier > leiderschap en verantwoordelijkheid > Je lost het probleem op en creëert het tegelijk

Er zijn maar weinig eigenschappen die schoolleiders zo kenmerken als betrokkenheid. Juist omdat je hart hebt voor het onderwijs, voel je snel wanneer een collega vastloopt, een team worstelt of een situatie dreigt te escaleren. Je ziet wat er nodig is, denkt vooruit en bent vaak degene die de rust terugbrengt wanneer anderen het overzicht verliezen.

Dat is geen zwakte. Integendeel. Veel schoolleiders zijn juist vanwege die kwaliteit doorgegroeid naar een leidinggevende functie.

Toch schuilt hierin een paradox die zelden wordt benoemd.

Hoe beter jij wordt in het oplossen van problemen, hoe groter de kans dat anderen ermee stoppen.

Niet omdat zij ongemotiveerd zijn. Niet omdat zij hun verantwoordelijkheid niet willen nemen. Maar omdat een systeem zich altijd aanpast aan het gedrag van degene die de meeste verantwoordelijkheid draagt.

Wanneer jij steeds degene bent die knopen doorhakt, moeilijke gesprekken voert, conflicten oplost of besluiten neemt die eigenlijk bij anderen horen, leert het team onbewust iets heel eenvoudigs:

Als het ingewikkeld wordt, komt de oplossing uiteindelijk toch van de schoolleider.

Dat gebeurt niet in één keer. Het ontstaat geleidelijk, bijna onzichtbaar. Iedere keer dat jij inspringt om iemand te helpen, bevestig je een patroon. Niet alleen voor de ander, maar ook voor jezelf. Want helpen voelt goed. Je voorkomt vertraging, neemt onzekerheid weg en houdt de organisatie in beweging. Bovendien krijg je er vaak waardering voor. Mensen zijn blij dat je beschikbaar bent. Ze ervaren je als betrokken, daadkrachtig en betrouwbaar.

En juist daardoor is dit patroon zo verraderlijk.

Het beloont gedrag dat op de lange termijn het tegenovergestelde bereikt van wat je eigenlijk wilt. Want terwijl jij steeds meer problemen oplost, neemt het eigenaarschap van anderen langzaam af. Niet omdat mensen minder betrokken raken, maar omdat zij ervaren dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid toch weer bij jou terechtkomt.

Wanneer helpen ongemerkt overnemen wordt

De meeste schoolleiders herkennen dit patroon niet op het moment dat het ontstaat. Ze herkennen het pas wanneer ze aan het einde van de dag opnieuw constateren dat hun eigen werk is blijven liggen. Dat de agenda weer is gevuld met vragen van anderen. Dat strategische keuzes moeten wachten omdat de waan van de dag alle ruimte heeft ingenomen.

Vaak volgt dan de conclusie dat de werkdruk te hoog is of dat er simpelweg te weinig uren in een dag zitten.

Maar misschien ligt de oorzaak ergens anders.

Misschien is het niet de hoeveelheid werk die jou uitput.

Misschien is het de hoeveelheid verantwoordelijkheid die jij bent gaan dragen voor problemen die nooit van jou zijn geweest.

En precies daar begint een ongemakkelijke vraag zich af te tekenen.

Niet:

"Waarom moet ik alles oplossen?"

Maar:

"Welk leiderschap laat ik iedere dag zien waardoor anderen verwachten dat ik het oplos?"

Waarom dit patroon zo moeilijk te doorbreken is

Wanneer je als schoolleider een probleem oplost, gebeurt er iets op twee niveaus tegelijk.

Aan de buitenkant wordt de situatie opgelost. Er komt duidelijkheid, een besluit of een antwoord. De rust keert terug en iedereen kan verder.

Maar onder de oppervlakte gebeurt iets anders.

De medewerker ervaart dat het probleem uiteindelijk niet bij hem of haar hoefde te blijven. Jij hebt immers de verantwoordelijkheid overgenomen. Tegelijkertijd ervaar jij zelf de voldoening van het helpen. Je hebt de organisatie vooruitgeholpen, iemand ondersteund en voorkomen dat een situatie uit de hand liep.

Beiden worden dus beloond.

En precies daardoor ontstaat een patroon dat zichzelf steeds opnieuw bevestigt.

De volgende keer dat een vergelijkbare situatie zich voordoet, is de stap naar jouw kamer opnieuw klein. Niet omdat collega's geen verantwoordelijkheid willen nemen, maar omdat het systeem inmiddels heeft geleerd waar de oplossing te vinden is.

Zo ontstaat afhankelijkheid zonder dat iemand daarvoor kiest.

Niet uit onwil.

Maar uit gewoonte.

Waarom goede leiders zichzelf onmisbaar maken

Veel schoolleiders zeggen dat zij graag eigenaarschap zien in hun team.

Ze willen collega's die initiatief nemen, zelf beslissingen durven nemen en verantwoordelijkheid dragen voor hun werk.

Maar eigenaarschap ontstaat niet doordat je het vraagt.

Het ontstaat doordat mensen ervaren dat zij ook werkelijk eigenaar mógen zijn van een vraagstuk.

Dat betekent dat zij soms moeten worstelen.

Dat zij een verkeerde keuze mogen maken.

Dat zij een gesprek voeren dat misschien niet perfect verloopt.

Dat zij leren omgaan met de gevolgen van hun eigen besluiten.

Juist daar begint professionele groei.

Wie iedere hobbel voor een ander gladstrijkt, voorkomt niet alleen fouten. Hij voorkomt ook ontwikkeling.

Dat maakt behulpzaamheid soms een onverwachte tegenstander van leiderschap.

Niet omdat helpen verkeerd is.

Maar omdat helpen gemakkelijk verandert in beschermen.

En beschermen verandert gemakkelijk in overnemen.

De moed om ongemak te laten bestaan

Misschien is dit wel het moeilijkste onderdeel van leiderschap.

Niet het voeren van een lastig gesprek.

Niet het nemen van een impopulair besluit.

Maar het verdragen van het ongemak dat ontstaat wanneer jij bewust níét ingrijpt.

Je ziet dat iemand worstelt.

Je weet waarschijnlijk hoe het sneller kan.

Je voelt de neiging om advies te geven of het probleem zelf op te lossen.

En toch kies je ervoor om eerst een andere vraag te stellen.

"Wat heb jij nodig om hier zelf een beslissing in te nemen?"

Dat lijkt een klein verschil.

In werkelijkheid is het een fundamenteel andere vorm van leiderschap.

Je neemt het probleem niet over.

Je vergroot het vermogen van de ander om er zelf mee om te gaan.

Dat vraagt vertrouwen.

Niet alleen in de ander.

Maar misschien nog wel meer in jezelf.

Want zolang jij gelooft dat de kwaliteit van de school afhankelijk is van jouw voortdurende ingrijpen, blijf je gevangen in hetzelfde patroon dat je eigenlijk wilt doorbreken.

En juist daar ligt de diepste vraag van dit artikel.

Is jouw betrokkenheid werkelijk gericht op de ontwikkeling van anderen?

Of geeft zij jou ongemerkt het gevoel dat jij onmisbaar bent?

Goed leiderschap maakt zichzelf uiteindelijk minder nodig

Misschien is dat wel de meest ongemakkelijke waarheid van leiderschap.

Veel leidinggevenden beoordelen hun eigen waarde aan de hand van de hoeveelheid problemen die zij oplossen, de snelheid waarmee zij besluiten nemen of de mate waarin anderen op hen vertrouwen. Dat voelt logisch, want jarenlang hebben juist die kwaliteiten hen succesvol gemaakt.

Zij waren degene die overzicht hielden wanneer het ingewikkeld werd, knopen doorhakten wanneer anderen aarzelden en verantwoordelijkheid namen wanneer niemand anders dat deed.

Maar naarmate je langer leidinggeeft, verandert de vraag die werkelijk belangrijk is.

Niet langer: hoeveel problemen heb ik vandaag opgelost?

Maar: hoeveel mensen heb ik vandaag geholpen om morgen minder afhankelijk van mij te zijn?

Dat vraagt een fundamenteel andere manier van kijken naar leiderschap. Niet jouw eigen handelen staat dan centraal, maar de ontwikkeling van de mensen om je heen. Iedere situatie waarin jij bewust ruimte laat voor een ander om zelf te denken, zelf af te wegen en zelf verantwoordelijkheid te nemen, is een investering in de zelfstandigheid van het team.

Dat kost soms meer tijd dan het probleem direct oplossen, maar het levert op de lange termijn iets op wat veel waardevoller is: een organisatie die niet leunt op één persoon, maar gedragen wordt door velen.

Juist daarin schuilt de duurzaamheid van goed leiderschap. Niet in het voortdurend beschikbaar zijn, maar in het vermogen om anderen steeds minder afhankelijk van jou te maken.

De moed om jezelf overbodiger te maken

Dat klinkt eenvoudiger dan het is.

Want laten we eerlijk zijn: het geeft ook voldoening wanneer mensen jou nodig hebben. Het streelt je professionele identiteit wanneer collega's zeggen dat ze zonder jou niet weten hoe ze verder moeten. Het bevestigt dat je betrokken bent, deskundig bent en van betekenis bent voor de school.

Toch schuilt hierin een subtiel gevaar.

Wanneer jouw gevoel van waarde afhankelijk wordt van de mate waarin anderen een beroep op je doen, ontstaat er ongemerkt een belang om onmisbaar te blijven.

Niet omdat je dat bewust wilt, maar omdat waardering en afhankelijkheid gemakkelijk met elkaar verstrengeld raken. Je gaat sneller adviseren, eerder ingrijpen en vaker verantwoordelijkheid overnemen, terwijl je tegelijkertijd verlangt naar meer eigenaarschap in je team.

Dat spanningsveld is herkenbaar voor veel schoolleiders.

Juist daarom vraagt volwassen leiderschap soms om een keuze die tegen je natuurlijke reflex ingaat. Niet de keuze om minder betrokken te zijn, maar om betrokkenheid anders vorm te geven.

Minder door antwoorden te geven en meer door vragen te stellen. Minder door oplossingen aan te dragen en meer door vertrouwen uit te spreken. Minder door zelf de richting te bepalen en meer door anderen uit te nodigen hun eigen professionele oordeel te ontwikkelen.

Dat vraagt geduld. Het vraagt vertrouwen. En soms ook de bereidheid om tijdelijk te accepteren dat iets minder soepel verloopt dan wanneer jij het zelf had gedaan.

Maar precies in die ruimte groeit eigenaarschap.

Leiderschap begint waar jouw controle eindigt

Misschien is dat uiteindelijk de kern van dit artikel.

De kwaliteit van jouw leiderschap wordt niet zichtbaar in de snelheid waarmee jij problemen oplost, maar in de mate waarin jouw aanwezigheid anderen helpt om zelfstandig te handelen.

Een schoolleider die overal onmisbaar voor blijft, bouwt misschien aan een goed functionerende organisatie voor vandaag. Een schoolleider die bewust ruimte creëert voor verantwoordelijkheid, bouwt aan een sterke organisatie voor morgen.

Dat vraagt om een ander soort moed.

Niet de moed om steeds opnieuw naar voren te stappen.

Maar de moed om soms juist een stap terug te doen.

Niet uit onverschilligheid.

Maar uit vertrouwen.

Want iedere keer dat jij een probleem oplost dat eigenlijk van een ander is, los je misschien de situatie op.

Maar iedere keer dat jij iemand helpt om zijn eigen verantwoordelijkheid werkelijk te dragen, bouw je aan iets dat veel langer meegaat dan de oplossing van vandaag.

Dat is geen verlies van invloed.

Dat is invloed.

Reflectie

Sta eens stil bij de afgelopen weken en vraag jezelf af:

Welk probleem heb ik opgelost dat eigenlijk niet van mij was?

Waar heb ik iemand geholpen, terwijl die ander misschien vooral behoefte had aan vertrouwen?

En welke situatie biedt mij deze week de kans om niet direct met een oplossing te komen, maar eerst een vraag te stellen?

Goed leiderschap gaat niet over zoveel mogelijk problemen oplossen.

Goed leiderschap gaat over een omgeving creëren waarin steeds meer mensen leren hun eigen problemen op te lossen.

Misschien is dat wel de mooiste vorm van verantwoordelijkheid.

René Rensen I De Onderwijskapitein

" Goed leiderschap gaat niet over zoveel mogelijk problemen oplossen.

Goed leiderschap gaat over een omgeving creëren waarin steeds meer mensen leren hun eigen problemen op te lossen.

Misschien is dat wel de mooiste vorm van verantwoordelijkheid."

René Rensen